Griezelen en genieten bij Het Grote Gebeuren 2024

Al jaren ben ik een trouwe bezoeker van Het Grote Gebeuren. Dat was ik al toen we nog gezellig rond schuifelden in de drukte van de oude bibliotheek. En later, toen we trap op trap af drentelden in de voormalige bioscoop aan het Hereplein. Vorig jaar was ik er voor het eerst bij in het Groninger Forum. Dit jaar fietste ik met een heel ander gevoel naar het Forum. Niet als belangstellende bezoeker, maar als deelnemer aan het leukste literatuurfestival van het noorden met sessies over Science Fiction en de Gothic Novel. Thema’s naar mijn hart!

Linzen en Isaac de zorgrobot

Met mijn beide romans stevig onder de arm, kwam ik als typische Groninger veel te vroeg aan op de achtste verdieping, waar wij schrijvers vooraf een hapje mochten eten. Een goed idee, want dankzij een bordje linzen en een glas witte wijn smolt mijn plankenkoorts al snel weg. Toevallig zat ik tegenover Lauren Kleinbussink, die net als ik een rol had in de paneldiscussie Science Fiction: Fiction? Zij zou de sessie openen met een fragment uit haar afstudeerwerk over Fien en de zorgrobot Isaac. We raakten aan de praat over haar opleiding Creative Writing en onze gedeelde passie voor Science Fiction, Fantasy en andere speculatieve literatuur. 

Het fictieve gehalte van Science Fiction

Foto gemaakt door Jasper Bolderdijk

Het was zo gezellig bij het eten dat de tijd omvloog en ik me om zeven uur naar Camera 5 moest haasten, waar Louis Stiller een gesprek met Vamba Sherif, Esther Gerritsen en mij zou leiden. De zaal stroomde langzaam vol. Vlak voordat we zouden beginnen, kwam er nog een flinke golf mensen binnen. Die konden natuurlijk niet meer de zaal in waar Adriaan van Dis op dat moment werd geïnterviewd, fluisterden we tegen elkaar. Sneu, maar leuk voor ons, zo’n afgeladen zaal vol mensen. Lauren trapte de sessie voortvarend af met haar fragment over Isaac en Fien en daarna waren wij aan de beurt. Louis liet ons alle drie een stukje voorlezen: Esther uit Gebied 19, Vamba uit de verhalenbundel De Komeet die hij samen met Martijn Lindeboom samenstelde, ik uit Leegland, het eerste deel van mijn dystopische trilogie. Al snel ontspon zich een geanimeerd gesprek over de ideeën die je in het SF-genre kwijt kunt als schrijver, over de vraag of SF-verhalen realistisch horen te zijn, of juist niet en wat je ermee wilt vertellen. We noemden voorbeelden uit onze eigen verhalen en filosofeerden over het voorspellende gehalte van speculatieve boeken. Ik vergat bijna dat er publiek bij zat. Voordat we er erg in hadden, was de tijd voorbij. Na nog een boeiende vraag over klimaatfictie uit het publiek waren we klaar. 

Zoveel te doen

Stuiterend van enthousiasme – het was echt een heel fijne sessie – liep ik naar beneden. Onderweg viel het me op dat het publiek gevarieerder was dan ik me van andere jaren herinnerde. Jonger en diverser, al lieten voltallige, overwegend grijsharige leesclubs zich ook niet onbetuigd. Er was zoveel te doen dat je er keuzestress van zou kunnen krijgen. Zo stortten sommige bezoekers zich fanatiek op een spelletje Dungeons & Dragons, waren er workshops creatief activisme en konden mensen terecht bij de Bookstagram Booth. Er waren boeken te koop van de aanwezige schrijvers bij de stand van boekhandel Van der Velde en er was een Verhalenkoffer. Overal in het Forum waren tegelijkertijd interessante sessies gaande met interviews en discussies. Het was dus zaak om tijdig keuzes te maken.

Vulpen klaar, signeren maar

Ik hoefde voorlopig niet te kiezen, want ik had nog twee taken: signeren en voorlezen. Terwijl wethouder Kirsten de Wrede het LetterenStipendium uitreikte aan Olivier van Eijk en Jesse Havinga, liep ik naar het hoekje waar auteurs net aangeschafte of van huis meegenomen boeken konden signeren. Er kwam een medewerkster op me af met een boek. Ik trok mijn vulpen al, maar zag meteen dat de roman die een ouder echtpaar aan haar had gegeven om te laten signeren – zelf zaten ze inmiddels bij de sessie over Reynaert de Vos van Frits van Oostrom – niet door mij maar door Marja Brouwers was geschreven. Even goed heb ik een briefje geschreven om in het boek achter te laten en ik hoop maar dat het echtpaar niet al te teleurgesteld was. 

Op een rustig moment schudde ik de hand van Adriaan van Dis, die ook stond te signeren. Hij was alweer bijna op weg naar de sessie Heimelijk Geliefd onder leiding van dichter Ellen Deckwitz, maar nam de tijd voor een praatje. We hadden het kort over klimaatfictie en ik vertelde hem dat mijn roman Leegland net als zijn KliFi daarover gaat. In een opwelling gaf ik hem een exemplaar van Leegland cadeau, wat hij wel kon waarderen. 

Ademloos luisteren

Foto gemaakt door Ayşe Çlk

Daarna was het mijn beurt om voor te lezen uit Zonderland, het tweede deel van mijn trilogie. De luistersessies zijn een vast onderdeel van Het Grote Gebeuren. Dit keer waren ze niet gepland in een bioscoopzaal, maar in café Stach, op de begane grond. Iedereen die wilde luisteren kreeg een koptelefoon op en de auteurs lazen voor in een gezellige luie stoel. Na tien minuten zag ik dat de volgende auteur nog niet klaar stond om het van me over te nemen. Zal ik nog even doorgaan, vroeg ik. De luisteraars knikten enthousiast en dus plakte ik er nog vijf minuten aan vast. Niet voor niets, want na afloop kwamen enkele luisteraars naar me toe om een boek te laten signeren. 

Geëvolueerde spinnen en rubberen zwaarden

Foto gemaakt door Lauren Kleinbussink

Na het voorlezen dwaalde ik een poosje rond met een welverdiend glas rosé in de hand. Na een paar gesprekjes links en rechts met oude en nieuwe bekenden belandde ik opnieuw in Camera 5 voor het interview met de Britse SF- en Fantasy-auteur Adrian Tchaikovsky door Hannah van Binsbergen. Hij las een paar fragmenten voor uit zijn roman Children of Time, waarin geëvolueerde spinnen de boel overnemen. Hij vertelde dat hij zich graag laat inspireren door de natuur en dan met name door de evolutie door de millennia heen. Hij schrijft ook fantasy-boeken en deed vroeger vaak mee aan nagespeelde veldslagen. Dan stond hij ergens in een modderig weiland met een rubberen zwaard te wachten op de aanval en leek het allemaal net echt. Dankzij die ervaringen kan hij de veldslagen in zijn boeken heel beeldend beschrijven. 

Levende doden in een spookachtig bos

Het middernachtelijk spookuur was nog niet aangebroken toen dichter Ellen Deckwitz de literaire pubquiz op haar naam schreef (ten koste van runner-up Coen Peppelenbos). Ondertussen was de Rabo Studio veranderd in een spookachtige, groenverlichte grot. Op de muren was een gigantische volle maan geprojecteerd die een griezelig bos bescheen. In het licht van flakkerende druipkaarsen ging Gijs Wilbrink in gesprek over de terugkeer van de Gothic Novel met Thomas de Veen, Anne Eekhout en Dimitri Goossens. De laatste is een Vlaamse ‘horror’-professor en hij vertelde hoe het spookverhaal populair werd in de Victoriaanse tijd. Ter illustratie las hij een fragment voor van de klassieke griezelschrijver Edgar Allan Poe. Anne Eekhout is de auteur van Mary, een roman gebaseerd op het leven van Mary Shelley, de schrijfster van Frankenstein, ook al een klassieker op griezelgebied. Thomas vertelde hoe gothic elementen terugkomen in moderne romans en las een bloedstollend fragment voor uit Anjet Daanje’s vuistdikke roman Het Lied van Ooievaar en Dromedaris. Tussendoor speelde de Groninger dark folk band Mortifero muziek gebaseerd op de dichtbundel Spoon River waarin overleden bewoners van een Amerikaans dorpje zich beklagen over hun droevige lot. Zeer toepasselijk sloeg om middernacht de klok twaalf keer: het spookuur was begonnen.   

Middernacht vond ik te vroeg om al naar huis te gaan, dus ging ik nog even mee naar café De Wolthoorn voor een afzakkertje en een paar uitstekende bitterballen. Daarna was het Grote Gebeuren 2024 echt voorbij en fietste ik, slingerend tussen het uitgaanspubliek door, naar huis, mijmerend over de mooie gesprekken en met een hoofd vol spannende ideeën voor nieuwe verhalen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *